Ik ben die ZZP’er in de zorg

Er wordt momenteel nogal wat geschreven over de ZZP’ers in de zorg, en dan met name over de gespecialiseerde verpleegkundigen. Als intensive care verpleegkundige én ZZP’er zijnde (zo word ik in de volksmond genoemd, maar feitelijk gezien ben ik ZOZ’er, zelfstandig ondernemer in de zorg) voel ik mij natuurlijk aangesproken, vandaar ook de drang naar een tegengeluid. Want ik voel me zo ongeveer weggezet als ´geldwolf´. Dat ik (wij) zorgen voor het faillissement van ziekenhuizen, of de zorg zo duur maken, is natuurlijk bullshit. Dat, als de salarissen goed zouden zijn, wij niet meer zouden detacheren of als ZZP’er zouden werken, is ook bullshit. Misschien voor een bepaalde groep wel. De andere groep – en daar behoor ik toe – is uit een vast dienstverband gegaan omdat de muren te benauwend werden en onze persoonlijkheid daar niet goed uit de verf kon komen. Al 10 jaar werk ik inmiddels als ZZP’er. Waarom? Sommige vogels moet je niet in een kooi zetten, dan stoppen ze met fluiten. Ik ben zo’n (vrije) vogel. Ik gedij niet bij vastomlijnde kaders, een precies aantal dagen per jaar werken, afwachten of ik mijn aangevraagde vakantie wel krijg, alle werkgroepjes en vergaderingen die veel tijd kosten (ten opzichte van het rendement wat je eruit krijgt), en meer van dit soort dingen. Ik wil met mijn handen aan het bed staan en dat stukje extra geven aan patiënten en hun familie. Het liefst ook nog aan het bed van patiënten in verschillende ziekenhuizen. Omdat mij dat voedt en inspireert, en mijn vizier breed houdt. Daar waar ik ingezet word vanwege tekort, daar zet ik mij maximaal in. We worden gezien als enthousiaste, gemotiveerde collega’s, vaak ook als een frisse wind door het team.
En zijn wij nu echt zo duur? Toen ik afgelopen zomer mezelf met mijn motor onderuit reed en ik bijna drie maanden niet kon werken, kostte dat het ziekenhuis niets. Als een ziekenhuis omvalt, kunnen wij fluiten naar de centen. Als ik volgende week ineens niet meer nodig ben of als ik niet goed functioneer, dan kan de werkgever de samenwerking beëindigen, heel simpel. We zijn de perfecte flexibele schil, die altijd nodig zal blijven.
Onderschat overigens niet wat een ZZP’er kwijt is aan vaste kosten voor met name verzekeringen en pensioen. Er is geen vakantiegeld en geen 13e maand. Onderaan de streep verdienen we dan misschien iets meer, maar daar lopen we dus ook risico voor. Geen werk is geen geld. In de crises vloog ik werkelijk het hele land door voor wat er adhoc aan werk verscheen. Die flexibiliteit moet je hebben, daar moet je de lol van inzien. Kortom, de ZZP’er heeft andere talenten dan mensen die kiezen voor een vast dienstverband. Ik kan zelfs stellen dat, ook al zou het salaris in vaste dienst boven mijn inkomen uitstijgen (en dat hoop ik voor het vaste personeel!), ik nog steeds ZZP’er zou blijven. Omdat ik ongekooid zoveel mooier en blijer fluit.
En ja, een oplossing voor het tekort is dat er meer waardering moet komen voor het werk wat we doen en de verantwoordelijkheid die we hebben. Een door ons gemaakte fout kan de dood van een patiënt betekenen. Hogere salarissen en betere werkomstandigheden zijn zonder twijfel de oplossing. Misschien vang je dan een deel van de gedetacheerden terug, en daarnaast maak je schoolverlaters enthousiast voor de zorg. Want de jeugd is onze toekomst. Het imago van de zorg heeft nog steeds veel weg van ´een roeping´. Laten we ons mooie vak eindelijk eens op waarde schatten! En houdt de ZZP’er buiten ‘de schuldvraag’.

Groots Mysterie

Is dit niet een briljant mooi stukje natuur, op deze foto? Het komt van een plant, opent als vanzelf en strooit nieuwe zaden en zijde pluizen. Ik kan hier zo gefascineerd naar kijken. Ik heb dit ook als ik in het bos wandel, vandaag nog. De herfst is werkelijk een lust voor mijn zintuigen. Ik moest al wandelend ineens denken aan de Bijbeltekst die ik ooit meekreeg vanuit de kerk: “Ziet naar de vogelen des hemels: zij zaaien niet en maaien niet en brengen niet bijeen in schuren, en toch voedt uw hemelse Vader die.” Niet dat ik nu nog in een hemelse Vader geloof, maar des te meer in de geheel verzorgde reis die het leven is. Alleen al de natuur is daar een prachtig voorbeeld van. Wat me dan vervolgens fascineert is hoe mateloos arrogant en zelfingenomen veel mensen zijn, te denken dat zij aan het roer van hun leven staan. Ze kloppen zichzelf op de borst bij alles wat ze bereikt en ontdekt hebben. Ze denken dat ze hun wensen bij elkaar kunnen bestellen middels de wet van aantrekking of andere ‘the Secret’-achtige manifestatietaferelen. Dit lijkt steeds populairder te worden, als ik mijn tijdlijn op facebook moet geloven. Zoals een zwaan zijn liefje heeft gevonden, zo hebben zij dat ook. Maar daar waar een zwaan simpelweg geniet van de liefde die hem als vanzelf toevalt, plakken zij er een spectaculair verhaal op. Van zielenmaatjes of tweelingzielen tot een moodboard, methode of stappenplan wat voor hen heeft gewerkt om bij de ware – of ieder ander geluk – uit te komen, en met de overtuiging dat dit voor iedereen werkt. Maar ook alle engelen, gidsen, vorige levens, hemel en hel, vlinders of witte veertjes in jouw tuin – en dus een overleden dierbare die op bezoek komt… wat maakt toch onze behoefte aan deze verhalen, wat moeten ze bedekken? Is het angst, ofwel een gebrek aan vertrouwen in dit Grootse Mysterie? Toen ik afgelopen week in mijn tuinhuis zat te schrijven werd ik ineens omringd door bizar veel lieveheersbeestjes. Waar ik eerder, in mijn spirituele zoektocht, ook heus een mooi verhaal op dit bijzondere moment had geplakt, was ik nu ontroerd door zoveel schoonheid. De natuur, het leven en al mijn ervaringen die daarin zijn, maken me stil, nederig en dankbaar. De magie in al zijn puurheid heeft ons verhaal niet nodig, onze ego’s hebben het verhaal nodig. Die willen alles speciaal en bijzonder maken, inclusief zichzelf, niet beseffende dat ze continue bezig zijn om een slecht lijkende replica te maken van het Origineel.

Jezelf ontstijgen

(Mijn bijdrage aan het themanummer ‘Jezelf ontstijgen’ van tijdschrift InZicht, nr. 02/2017).

‘Zij die alle stilte vrezen, hebben nooit hun hart gelezen’, dichtte Carel Adama van Scheltema zo’n honderd jaar geleden. Ik wilde mijn hart lezen en dus belandde ik in 2011 in het Vipassanacentrum voor een 10-daagse stiltemeditatie. Als onderdeel van de zoektocht naar, ja, naar wat nu eigenlijk. Naar thuiskomen? Inmiddels weet ik dat het zoeken nodig is om tot het besef te komen dat er niets te vinden is, dat ik überhaupt niets kan doen om thuis te komen, want ik ben nooit van huis geweest.
Wat me in het centrum in België nogal duidelijk werd, is dat lijden veroorzaakt wordt door twee dingen: verlangen (dingen willen die je niet hebt) en afkeer (van dingen af willen die je wel hebt). Dit uit zich in prettige of onprettige gewaarwordingen. Ik wilde daar duidelijk van mijn honger af. Ook van de pijn van het lange (stil)zitten. En ik verlangde regelmatig naar seks, als welkome afleiding van de intense saaiheid.
Verlangen en afkeer hebben een gemeenschappelijke deler, ze zijn vergankelijk. En dat ging ik zien toen ik mediteerde; de pijn, honger en kritische stemmen – die me vertelden dat ik mijn tijd daar verdeed, dat ik het niet goed deed, en dat ik het ook nooit zou leren – popten op als tijdelijke verschijningen.
Vipassana is de kunst gelijkmoedig en alert te zijn. Te observeren in plaats van te reageren. Wetende dat alles ontstaat en ook weer vergaat. Wellicht heb ik daar, in de langdurige stilte, contact leren maken de beschikbaarheid die ik ben, die onvergankelijk is en waar het hele leven in verschijnt.
Ook al is er geen ervaarder van de ervaring – want dat maakt alweer twee, terwijl nondualiteit verwijst naar ‘geen twee’ – we ervaren wel degelijk een ervaarder, een ‘ik’. Het vergt oefening om de focus te verschuiven van de ervaring naar de beschikbaarheid. Van de film naar het witte filmdoek. Steeds weer opnieuw. Meditatie kan hierin ondersteunen. Want als je even niet alert bent, zit je weer midden in de vernauwing van het ‘ik’ en leef je op de vierkante meter, terwijl je oneindigheid bent.

Jezelf ontstijgen

Het leven als kosmische grap?

Bertie,
van zero in Boer Zoekt Vrouw naar hero in Expeditie Robinson.
Watskeburt!?
Eigenlijk niet zo heel veel. Bertie is gewoon Bertie. Volkomen zichzelf.
Of dat nu met een stel vreemde, quasi verliefde vrouwen rond haar keukentafel is, of met mensen die zich BN’er voelen op een eiland.
Toen ik Bertie vroeg wat ze als doel voor ogen had toen ze mee ging doen met Robinson, was dat de ervaring om op een eiland te zijn met vrijwel niks, te ervaren hoe het is om te moeten overleven.
Bertie hoefde helemaal niet te winnen – ze heeft zich zelfs al gelijk weg laten stemmen – en ze staat potdorie gewoon in de finale! Is dat dan wellicht de sleutel tot geluk? ‘Gewoon’ te zijn met dat wat is? In tegenstelling tot wat er in de spirituele Happinez bewegingen wordt beweerd, want daar ben je druk doende met jouw overwinning of wensen te visualiseren, met de juiste intentie neer te zetten, moet er vooral een doel of (stappen)plan zijn, wellicht hebben een aantal deelnemers van Robinson een moodboard thuis bij elkaar zitten plakken, heeft iedere (winnende) gedachte kracht. Maar nee, Bertie doet daar niet aan, die ís gewoon.
Daar waar ik zo ongeveer twintig jaar lang heb ge- en onderzocht in het leven, naar God, naar mezelf, naar zingeving, heb gedoold in gefantaseerde vorige (en volgende) levens, heb gespeeld met mijn innerlijk kind, heb ge-rebirth, tien dagen mijn mond heb gehouden tijdens de Vipassana meditatie, half dood ben gegaan in zweethutten en ayahuasca-ceremonies, mijn familie vele malen heb opgesteld, meerdere moodboarden bij elkaar heb geplakt, mijn zonnevlecht uit de knoop heb laten trekken met Reiki, en weet ik wat niet nog allemaal meer heb uitgeprobeerd in het hele spirituele circus, daar was Bertie gewoon boer.
Toen we weer eens een avondje zaten te kletsen over het leven, ik vanalles over mijn filosofische theorieën en ontdekkingen ventileerde en zij daar met alle gemak in mee kon, toen vroeg ik haar: ‘Bertie, hoe kom jij toch zo wijs.’ Waarop zij me zei: ‘Tja, dan zit ik van die lange dagen op de tractor nogal saai ploegwerk te doen en dan denk ik na over het leven.’
Gewone boerennuchterheid en spirituele hoogdraverij hebben uiteindelijk tot dezelfde conclusie geleid; dat dit hele leven wellicht een soort van kosmische grap is, waarin wij onszelf wel heel erg belangrijk en invloedrijk maken als golfje in de immense oceaan dat leven heet. Omdat we niet kunnen zijn met de mogelijke zinloosheid en de totale kwetsbaarheid van het leven, verzinnen we de meest prachtige – en bovenal verzachtende – concepten rondom zin, nut en reden. We verzinnen een heel verhalencircus omdat dit moment, precies zoals het zich aandient, niet goed genoeg is of te pijnlijk voelt om mee te zijn.
Haar en mijn levensvisie vinden elkaar in dezelfde lijfspreuk; “Life is what happens when you’re busy making other plans.” Boer Bertie had nooit kunnen bedenken ooit mee te doen aan Expeditie Robinson, laat staan de finale te halen. Het leven is één grote verrassing. Je kan nog zoveel bidden, willen, plannen maken of doelen stellen, het leven doet gewoon zijn eigen ding en houdt geen rekening met wat jij daarin misschien wil of wenst, laat staan dat je daar invloed op hebt. Net zo min wij invloed hebben op regen, wind of zonneschijn.
Zijn met dat wat is, in dit moment. Bertie verstaat die kunst. En ja, dan wens je soms ook een dubbele dosis Prozac om dit moment door te komen.
Bertie en ik gaan binnenkort overigens wel een middagje werken aan een moodboard. Omdat knippen en plakken zo leuk is! Maar dan niet met oude Happinez tijdschriften hoor. Nee, met de Playboy. Heeft iemand nog wat liggen voor ons misschien?

BertieLinda

Stilte

(Mijn bijdrage aan het themanummer ‘Stilte’ van tijdschrift InZicht, nr. 04/2016).

Jarenlang zat ik wekelijks op de School voor Praktische Filosofie en Spiritualiteit. Heerlijke avonden vond ik dat. We praatten en discussieerden over het leven, over filosofen en hun wijze uitspraken, en we werden aangezet tot onderzoek en meditatie.
Wat voor mij – achteraf gezien – het meest life-changing is geweest, was denk ik toch een iedere week terugkerende meditatieoefening, die ik thuis ook dagelijks deed. Hij ging als volgt:
‘Luister naar de geluiden in deze ruimte… Luister naar de geluiden buiten deze ruimte… Luister naar het meest verre geluid dat je hoort… Luister naar de stilte achter deze geluiden.’
En dan bleef het een half uur stil. Vooral die ‘stilte achter deze geluiden’, dat is toch briljant! Dan is er connectie met dát waar alles in verschijnt en ook weer verdwijnt. Waar ook de ‘personage Linda’ in verschijnt. Alleen begreep ik dat toen nog niet. De oefening was voor mij vooral gekoppeld aan ‘het doen van meditatie om meer rust in en met mezelf te vinden’, waarbij ik nog steeds ‘de doener’ was en een hoger – en bovenal gelukkiger – doel nastreefde. Ik probeerde een half uur lang die stilte te pakken en werd daarin duizend en één keer afgeleid. Het was daarnaast alleen gekoppeld aan mijn zintuig ‘horen’ en ik nam de stilte letterlijk.
Wellicht was deze oefening het zaadje in de grond, waar ik pas later van kon oogsten. Ineens was daar het inzicht. Deze stilte, het is er altijd en overal, zelfs in de grootste teringherrie. Want er moet al stilte zijn om geluiden te kunnen horen. Een gedachte of gevoel kan alleen verschijnen als er iets is om in te verschijnen.
Stilte, dat is wat ik wérkelijk ben. De blauwe lucht waaronder de wolken bewegen, de oceaan waarin ‘ik’ als golf verschijn.
Bam.
Sindsdien voel ik niet meer de behoefte om te mediteren. Waarbij ik niet uitsluit dat ik het niet weer eens ga doen. Maar dan zonder ‘doener’. Het is dan geen activiteit meer, maar dat wat simpelweg plaatsvindt in de dragende stilte, niet meer of minder verheven dan een biertje drinken in de kroeg.

Stilte

Van uitstrijkje naar filosofie

‘Ervaar het geluk van het “zo maar zijn”, wereldwijs en onbezorgd, stevig als een boom en licht als een blaadje’.
Deze tekst sprak me zo’n 5 jaar geleden aan in de folder, die ik in het rek zag staan bij de huisarts. En door mijn o zo pijnlijke uitstrijkje destijds zit ik sindsdien iedere maandagavond op de School voor Praktische Filosofie en Spiritualiteit. Daar filosoferen we met jong en oud over ‘datgene in het leven waar het werkelijk om gaat’. Een inspirerende zoektocht naar inzicht en zelfkennis.
Er wordt geen geloof of religie aangehangen, wat perfect past in mijn nogal vrije geest, welke wars is van dogma’s.
Jezus, Boeddha, Krishna, Sri Shantananda Sarasvati, Socrates, Plato, Shakespeare; ze komen allemaal voorbij. Wat een interessante, inspirerende en wijze mannen!
Al vraag ik me inééns af waar de interessante, inspirerende en wijze vrouwen zijn gebleven?! Even mijn inmiddels dikke filosofische map met hand-outs doorbladeren…alleen maar mannen. Zucht. Dit haalt mijn 5-jarig enthousiasme even omlaag. Komende maandagavond maar eens informeren of ik nog wijze vrouwen kan verwachten de komende jaren dat ik er mogelijkerwijs vertoef.

Wekelijks krijgen we een opdracht mee naar huis. Opdrachten met als doel een beter mens te worden. Zoiets als ‘wat zou een wijze man of vrouw doen in deze (lastige) situatie’. Deze staat op nummer 1 in mijn oefeningenlijstje. Of ‘zie de persoon vóór je, als voor de eerste keer’. En die heb ik al vaak, maar tot nog toe zonder heel veel succes, beoefend. Probeer het maar eens bij iemand bij wie je vol zit met oordelen, iemand die je al binnen een seconde weet leeg te zuigen. Ik bedenk me de oefening en vrijwel onmiddellijk daarna zie ik wat voor een loser die persoon toch wederom is. Opdracht wederom mislukt. Maar ik blijf oefenen, écht.
‘Dat wat voor je is, is je leermeester’, ook zo’n leuke. Ik snap echt wel dat je overal wat van kan leren, ook al is ‘dat wat voor je is’ nog zo vervelend, pijnlijk of irritant. Ik denk gelijk terug aan die keer dat ik me voorstel aan mijn patiënt voor wie ik die avond ga zorgen. Mijn collega waarschuwt al dat ze in de war is. Geen probleem. ‘Dag mevrouw, ik ben Linda de Roos en ik zorg vanavond voor u’, waarop mevrouw gelijk antwoord ‘écht niet’. ‘Nou mevrouw, toch echt wel,…’ en voor ik mijn zin af kan maken gilt mevrouw door de kamer (met intercom aan naar de gang, heel gênant) ‘kútwijijijfff…..’ en heb ik ook haar harde vlakke hand met een klap tegen mijn wang. Van schrik moet ik lachen, wat mevrouw uitnodigt om er nog wat vloekwoorden achteraan te gooien. Of ik heb haar in een vorig leven ook een keer wat aangedaan, of ik mag nu geduld en mededogen oefenen. Dat laatste heb ik gedaan, waardoor mijn collega’s en ik vervolgens de hele avond ‘Ademnood’ van Linda, Roos en Jessica door de intercom over de IC horen galmen. Hoe vals ook, zingen is zoveel leuker dan vloeken.

Voor deze week hebben we een kleine hersenkraker mee naar huis gekregen. Althans, dat vind ik. Wat maakt dat je van iemand houdt als je alles wat die persoon tot een zo leuk persoon maakt, weglaat. In eerste instantie denk ik dat ik iemand leuk vind omdat zij zo spiritueel en inspirerend is voor mij. Of vind ik haar leuk omdat ik zo met haar kan lachen dat ik er bijna van in mijn broek plas. Is het de goedkeuring en de bevestiging van die ander die mij zo goed doet voelen. Vaak zijn de mensen van wie je houdt je zo dierbaar omdat je een gemeenschappelijke deler hebt, is er iets in die vriend/vriendin wat je raakt, inspireert, of energie geeft. Misschien soms zelfs voor eigen gewin? Maar wat als de gemeenschappelijke deler wegvalt. Als al het andere er even niet is? Al filosoferend snap ik ineens waar mijn docente heen wil. Het onderscheid tussen alles wat vergankelijk en dus voorbijgaand is, en het onvergankelijke, ofwel het eeuwige. Dan is de liefde de zielevonk die opspringt in het kontakt, de momenten waarin je samen één bent door zelf in eenheid te verkeren. Dan maakt het geen zak meer uit of zij die eigenschap heeft die jij zo enorm leuk vindt, of niet.

En weer is er het bewijs dat een pijnlijk moment in het leven altijd een kado in zich draagt. Filosofie is een groot kado in mijn leven. Dankzij mijn o zo pijnlijke uitstrijkje.

Namasté!
(de ziel in mij groet de ziel in jou)

Brief aan god

Lieve God,
U kent me vast nog wel. Bijna 40 jaar geleden is mijn naam in Uw handpalm gegrift, weet U nog? Ik spreek U wel vaker aan in mijn meditaties en gebeden. Al ben ik er niet altijd zeker van of U me hoort, omdat zo velen over heel de wereld dat doen, op wellicht hetzelfde moment als ik. Wat moet dat soms een enorme kakofonie voor U zijn?
Ik zit al een tijdje met een aantal vragen, daarom nu deze brief aan U.

Lieve God, als eerste, vind U dat ik weer een donorcodicil moet nemen? Of is het juist goed deze niet te hebben? Ik begrijp gewoon niet zo goed waarom die organen van de ene naar de andere mens verhuisd worden. Hebt U dit echt zo bedoeld, of kunnen we gewoon niet accepteren dat een mensenleven eindig is, voor de één veel eerder dan voor de ander? Want lieve God, heel veel mensen weten ook niet dat je na het krijgen van een nieuw hart of longen dagelijks een enorme bak aan kankerverwekkende pillen moet slikken. Dat je daarna alsnog dood gaat aan kanker, inclusief lijdensweg. Dat je de eerste dagen na een longtransplantatie het sputum ophoest wat nog toebehoort aan de vorige eigenaar van de longen. Of dat je als principieel vegetariër na dat 2e hands hart verslaafd raakt aan de kipnuggets van de Mc Donalds, omdat de 1e eigenaar dat ook was. Ben ik nu egoïstisch, of juist wijs, dat ik geen donorcodicil heb lieve God, en dus niet mee doe aan dit uitwisselingsproject?

Dan zit ik met het volgende; waarom hebt U eigenlijk mobieltjes laten uitvinden? Die telefoon met draaischijf was toch ook hartstikke leuk? En die hield je tenminste in het hier en nu, letterlijk door de draad. Want lieve God, ik hoor maar steeds hoe belangrijk het is om in het hier-en-nu te zijn. Maar hoe doe je dat, als je al dansend op de dansvloer staat te sms’en? Of op het terras of in de trein grotendeels op je mobiel zit te staren, in plaats van om je heen? Je daardoor prachtige momenten en mensen mist? Zou dat misschien de populariteit van datingsites verklaren lieve God, omdat iedereen met zijn mobieltje uitgaat en geen oog meer heeft voor de mensen om zich heen? Dat er daarom zoveel singles zijn, omdat velen een relatie hebben met hun mobiel? Feitelijk gezien is het dan wel weer beter een mobiel in te zetten om je leegtes mee op te vullen, dan een partner.
En áls ze dan al een partner hebben, dan gaat er meer tijd en aanraking naar de mobiel dan naar de partner. Ik denk zelfs dat velen langer zonder hun partner kunnen dan zonder hun mobiel, dat is toch wel een beetje raar lieve God? Ik zie ook heus wel het nut van een mobiel, maar dat zie ik ook van mijn afwasmachine en mijn 3-in-1 printer. En die gaan toch ook echt niet overal mee naar toe.

Dan tot slot lieve God, zing ik al bijna 40 jaar ‘Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw, de hemel en de aarde’. Hoelang denkt U dat U nog nodig hebt om de boel te vernieuwen? Ik wacht er al best een tijd op, en onze ouders nog langer. Onze grootouders hebben de hoop denk ik al bijna opgegeven dat het nog gaat gebeuren. Hebt U misschien ook 21 december 2012 in gedachten, net als de Maya’s? Dan schiet het op! Ik heb die dag al vrijgehouden in mijn agenda. U bent van harte welkom om er bij mij thuis een borrel op te drinken die dag. Hebt U nog mensen nodig voor het ‘nieuwe hemel en aarde comité’, om dat grote gebeuren mee voor te bereiden? Dan houd ik mij van harte aanbevolen. Misschien kunnen we dan onder andere afspreken dat we 21 december massaal onze mobieltjes uitzetten? Anders zouden we die enorme ommekeer nog kunnen missen!

Dag lieve God, ik verheug me op Uw antwoord. Staat mijn adres eigenlijk ook in Uw handpalm?

Brief aan God

Op reis!

Ja, en dan is het bijna zover… nog een paar nachtjes slapen en ik ga weer op reis!
En ik heb mezelf verwend. Ik ga dit keer naar een plaats die goddelijk is. Tenminste, dat denk (hoop?) ik. Met mijn blote voeten slenterend over de hagelwitte stranden, juttend naar datgene wat mijn aandacht trekt. Vanuit mijn hangmat eindeloos uitkijkend over de blauwe zee, die ritmisch danst op de wind. In stilte genieten van alle prachtige kleuren, geluiden, en mensen. Op de motor door het prachtige uitgestrekte landschap en de onontgonnen gebieden. In het vroege ochtendgloren de zon op zien komen, die vervolgens die dag weer met me mee zal reizen. Gewoonweg genieten van dat wat is, al mijn zintuigen laten spelen als een kind in een te grote speeltuin.
Ik reis weer alleen. Reisgenoten passeren altijd als vanzelf.
Al jaloers aan het worden, en nieuwsgierig naar mijn reisbestemming?

Nee, geen India, Nepal of Laos. Überhaupt geen Azië dit keer. Ik zoek het eens wat dichter bij huis, gewoon Europa. België, om precies te zijn, naar Dilsen-Stokkem.
En nee, daar is geen strand inderdaad. Ook geen onontgonnen gebied waar ik heerlijk op een knetterende motor doorheen kan. Oké, ik heb misschien een klein beetje overdreven…
Maar na 10 dagen Vipassana-meditatie voelt de lotushouding met enige verbeelding een beetje aan als een hangmat misschien. 10 dagen lang sta ik fors eerder op dan de zon, om vervolgens de hele dag op reis te mogen in mijn eigen binnenwereld. Mijn reisgenoten zijn de vele innerlijke stemmen die me wellicht te pas en te onpas zullen vergezellen. Mijn Vipassana-reisgenoten mogen niet tegen me praten, en omgekeerd. Koetjes en kalfjes zal ik niet tegenkomen in België. In plaats van de ogen naar buiten gaan ze deze reis naar binnen. Misschien is mijn binnenwereld écht veel mooier dan dat ik ooit heb durven dromen.

Kaarten verstuur ik vanuit mijn hart. Er mag namelijk geen pen en papier mee. Nog geen mp3, boek, telefoon of iets lekkers mag er mee. Alleen voldoende schone onderbroeken. En lef. Dit laatste staat nergens vermeld overigens, maar dat schat ik zelf zo in.
Velen zullen me voor gek verklaren. En ja, misschien word ik zo gek als een deur. Want wanneer hou je nou 10 dagen lang je mond, zittend op een kussen?! Kunnen jullie me straks bezoeken in een psychiatrisch ziekenhuis, als ik me teveel heb ingelaten met al mijn kritische en angstige reisgenoten. Kom vooral langs zou ik zeggen. Ik hou van chocolade, dus schroom niet om dat mee te nemen. En boeken, wijze boeken. En liefde. En neem me dan tijdens mijn eerste verlof vooral mee voor een ‘normaal’ uitje.